Blog | Villa Cavrois: de zucht naar verfijning
16-12-2025

Blog | Villa Cavrois: de zucht naar verfijning

In elke editie van ABSoluut, het magazine dat we maken voor ABS Bouwteam, gaan twee partijen in gesprek over architectuur. In deze editie trekt Arne Schollaert, CEO van ABS Bouwteam en uitgever van dit magazine, met architect Simon de Burbure naar Villa Cavrois in het Noord-Franse Croix. De modernistische villa werd tussen 1929 en 1932 ontworpen door architect Robert Mallet-Stevens en dankt zijn iconische status aan zijn markante gele baksteengevel, strakke horizontale lijnen, innovatieve technieken en de harmonie tussen binnen en buiten dankzij een uitgekiend spel van licht en zicht. Villa Cavrois is een toonbeeld van ingetogen luxe, waarbij over elke lijn en elk detail werd nagedacht, om samen te komen in een ongezien gesamtkunstwerk. De Burbure: “De verfijning die ik hier vind, sluipt soms – bewust of niet – mijn ontwerpen binnen.”


“Zie je hoe die muren boven het terras uitkragen?”, vraagt Simon terwijl hij wijst naar de gele bakstenen voorgevel. Samen met Arne is hij net de onthaalbalie voorbij en stapt hij doelgericht richting de voordeur van Villa Cavrois. “Het zorgt voor meer privacy en geborgenheid. Daarom pas ik die techniek zelf ook graag toe in mijn ontwerpen.” Het duo staat onder de markante betonnen luifel aan de ingang, die geperforeerd met glazen lichtgaten en gedragen door twee slanke, cilindrische stalen kolommen, de toon zet voor een allesomvattende beleving van licht, zicht en comfort. “Ik zou eigenlijk graag een gesprek hebben met de ontwerper van deze villa, want onze visies hebben veel raakvlakken”, gaat Simon verder. “Dat merk ik hier meteen.”

Carte blanche voor modernistische architectuur

Lang was de carrière – en ook het leven – van de Franse architect Robert Mallet-Stevens (1886-1945) niet. In de Parijse wijk Auteuil, op een boogscheut van Le Corbusiers ‘Villa La Roche’, vind je ‘Rue Mallet-Stevens’, een openluchtmanifest met een aantal woningen, atelierruimtes en zelfs straatmeubilair ontworpen vanuit de idee dat architectuur een collectieve kunstvorm is waarin verschillende disciplines elkaar aanvullen. In 1928, een jaar voor de bouw van Villa Cavrois, rondt de tijdsgenoot van Le Corbusier met Villa Noailles in het Zuid-Franse Hyères het andere spraakmakende bouwwerk uit zijn oeuvre af. Ook in deze vakantievilla voor kunstmecenassen Charles en Marie-Laure de Noailles, een fijnzinnige betondoos van 2000 vierkante meter op een groene heuvel, etaleert hij zijn heldere visie op architectuur. Het bezorgt hem naam en faam én een kennismaking met Paul Cavrois, een textielbaron die de bouw van een grote, landelijke villa in Croix plant voor zijn gezin met zeven kinderen en personeel.

Het voorontwerp van Jacques Gréber, die hij initieel had aangeduid voor deze opdracht, gooit de bouwheer prompt in de prullenmand om carte blanche te geven aan Mallet-Stevens. Voor het eerst in zijn carrière creëert die een architecturaal werk waarin hij elk detail bedenkt en ontwerpt. Het wordt meteen ook zijn laatste. Behalve enkele winkelinterieurs, scenografische projecten, kleine verbouwingen en ontwerpen van meubels blijft het opdrachtenboek van de man achter Villa-Cavrois de jaren nadien vrijwel leeg. Eerst speelt de economische crisis van de jaren dertig hem parten. Later doet de opkomst van minder elitaire vormen van het modernisme, aangestuurd door Le Corbusier, zijn carrière uitdoven. Tijdens de Tweede Wereldoorlog valt zijn architectenpraktijk nagenoeg stil en trekt hij zich grotendeels terug uit het publieke leven. In 1945 overlijdt de Franse architect in stilte, met als uitdrukkelijke laatste wens om zijn archief te vernietigen.

Uit frictie volgt schoonheid

Strakke horizontale lijnen bepalen op bijna maniakale wijze het beeld en het monumentale karakter van Villa Cavrois. Niet alleen buiten, maar ook binnen. Simon: “Zie je hoe een ritme van drie bakstenen overal wordt aangehouden? Zelf zou ik nog een stap verder gaan en de voegen perfect op elkaar aflijnen. Lijnen, afstanden, ritme; ze zorgen voor rust en verfijning en ze moeten – ook voor mij – tot op de millimeter juist zijn. Als de bouwheer het toelaat, kan ik daar ver in gaan. Omdat het loont, en Arne weet dat. In project DO. House hebben we nog tot op het laatste moment kolommen verschoven om tot de juiste cadans te komen.” Het is een eigenschap die Arne apprecieert. “Een architect die zichzelf in vraag stelt en een knoop ’s nachts of onder de douche ontrafelt, is superwaardevol voor een project. Je hebt die betrokkenheid nodig. Dan komen uit moeilijke vraagstukken de mooiste resultaten.” Simon: “Het is bovendien zo dat ik door zelf naar oplossingen te zoeken in mijn ontwerpen, beter inzicht krijg in de waarde van andere ontwerpen, zoals hier opnieuw de uitkragende gevelmuren.”

In de imposante inkomhal vallen de geometrische compositie en de uitgekiende symmetrie meteen op. De hoge plafonds zorgen dan weer voor een filmisch effect, typisch Mallet-Stevens. Maar ook hoe een veel kleinere en lagere doorgang van de ene naar de andere ruimte verplicht tot contractie en dan weer openheid, valt op bij de Gentse architect. “Ik heb deze zomer langs de kastelen van de Franse Loirestreek gereisd en ik merk gelijkenissen. Ook de samenkomst van ronde en rechte vormen in één ruimte, komt bijvoorbeeld terug, wat zorgt voor een boeiende beleving.” Het brengt het duo bij de eeuwige en ongrijpbare vraag: wat maakt architectuur goed? En hoe kan architectuur een impact hebben op het welzijn van de bewoners? Naast een wiskundige benadering van een ontwerp, onthult de doorsnede ook de kwaliteit van een gebouw, vindt Simon. “Als je de snede hier bekijkt, zie je een gelaagdheid van niveaus dankzij de terrassen, gevelmuren die hoger komen, een ritme van hoge en lage plafonds, enzovoort. Maar in essentie valt of staat een goed gebouw voor mij met het grondplan. Dat is ook voor mij het vertrekpunt. Het is geen rocket science, maar ik hou vast aan bepaalde principes waarvan ik weet dat ze werken. Ik trek mijn assen op basis van wat je wil zien, voelen en ervaren als je een woning of ruimte binnenkomt. In het plan van Villa Cavrois zorgt dat voor een uitgekiende symmetrie en een oeverloos gevoel van harmonie.” Of dat principe ook toegepast kan worden op minder elitaire architectuur – in een woonwijk of een projectontwikkeling bijvoorbeeld – wil Arne weten. Simon: “Ik heb veel respect voor architecten die dat doen en kunnen. Voor mij is dat een uitdaging, die ik op latere leeftijd kan aangaan. Je hebt er maturiteit voor nodig. Mijn sterkte ligt bovendien in de verregaande details, en dat zou in zo’n projecten niet tot uiting komen, vrees ik.” Arne: “Wij doen dat, hoor. Mensen die er hun appartement doorverkopen, doen dat met een mooie meerwaarde dankzij de graad van afwerking en woonkwaliteit. Dat zegt toch iets.”

Democratische architectuur

Vorm volgt functie. Het basisprincipe van de modernistische architectuur vormt ook het fundament van Villa Cavrois. Daarnaast neemt Mallet-Stevens de zucht naar functionaliteit en de integratie van moderne technieken mee in zijn werk. Maar voor de Franse architect is er meer. Minder dogmatisch dan tijdsgenoot Le Corbusier en met een groter gevoel voor verfijning en elegantie, gaat hij voor uitgekiende detailleringen die hij aan de op dat moment populaire art-decostroming ontleent. Indirecte verlichting, daglicht dat zonder storen binnenstroomt, een veelheid aan kleur, de interactie tussen hoog en laag, intimiteit tegenover overzicht, de naadloze integratie van meubels tot deurkrukken en wandklokken toe, het gebruik van rijke, natuurlijke materialen, en ga zo maar door. Het niveau van ingetogen luxe dat Mallet-Stevens in Villa Cavrois bereikt, is torenhoog. De kleerkast van de bouwheer wordt op maat van diens hemden gemaakt en zelfs de lichtgele, geglazuurde paramentbaksteen wordt speciaal voor de bouw van de villa geproduceerd. Fijn weetje: de baksteen is in feite een klinkersteen met een ultradunne voeg in een speciaal geselecteerde klei die in Briqueteries du Nord vlak bij Rijsel onder het nauw oplettende oog van de architect werd ontwikkeld. Een duurzame en weersbestendige keuze die bovendien zorgt voor een monolithisch effect. Simon: “Je ziet hier mooi hoe de omgeving de schil rond de woning vormt en de materialiteit van de architectuur bepaalt.”

Het is duidelijk dat de Gentse architect niet uitgekeken raakt op het modernistische gebouw. “Die guillotineramen!”, roept hij verrukt terwijl hij de gehele lengte van de bovenverdieping met een stevige tred afwandelt. Zestig meter, om precies te zijn. De som van al die onderdelen is wat Mallet-Stevens in de jaren dertig groot maakt – en tegelijk zijn ondergang inluidt. Terwijl de introverte, perfectionistische architect vanuit de coulissen bouwt aan zijn visie, is er Le Corbusier die met zijn flamboyante mediapersoonlijkheid de aandacht naar zich toetrekt. Hij duwt dezelfde modernistische idealen tot in rationele extremen door, vult ze aan met zijn democratische principes en duwt daarmee zijn collega uit de markt en in de vergetelheid. “We mogen ons niet altijd blindstaren op de boekskesarchitectuur”, reageert Simon. “Er zijn veel steengoede architecten die onder de radar aan kwalitatieve architectuur werken. Ik moet wel toegeven dat ik minder fan ben van hoe Mallet-Stevens in elke ruimte andere kleuren, materialen en afwerkingen gebruikt. Zelf beperk ik dat liever tot een minimum om zo rust en eenheid te creëren. Ook zo kan je verschillende sferen neerzetten. Anderzijds geldt dat je niet per se minimalistisch hoeft te werken. Ook een eclectische stijl kan harmonieus aanvoelen.”

Het creëren van filmische decors is eigen aan het werk van Mallet-Stevens. Nog voor hij naam maakt als architect ontwerpt hij al decors voor verschillende avant-garderegisseurs. Het zorgt voor een flinke portie drama en theatraliteit in het oeuvre van de architect, illustreert hoe hij zichzelf ziet als beeldregisseur van ruimte, licht en beweging en weerspiegelt zijn persoonlijkheid als iemand die niet op de bühne, maar achter de schermen aan een totaalervaring van architectuur, kunst en omgeving werkt. Die omgeving bestaat oorspronkelijk uit een park van vijf hectare met onder meer een waterbassin, rozentuin en een zwembad. Vanuit de woning is te zien hoe de zichtlijnen vanuit de centrale as in de woning naar buiten lopen, waardoor de tuin als een verlengde van de woonruimte aanvoelt. De reflecterende vijver versterkt bovendien de horizontale lijnen van de villa en laat het gebouw letterlijk ‘verdubbelen’ in het water. Ook hoe de materialen buiten corresponderen met de kleuren en texturen binnen en hoe de sobere en gestructureerde beplanting in de tuin de architectuur benadrukt, is typerend.

De signatuur van Mallet-Stevens is duidelijk en afgelijnd, iets wat de architect tijdens zijn carrière wel eens kwalijk wordt genomen. Ook daarin verschilt zijn werkwijze met die van Le Corbusier, maar ook met die van Simon, die zich liever geen specifieke stijl toe-eigent en voor zijn ontwerpen altijd vertrekt van het grondplan en de omgeving. “Ik ben nochtans verliefd geworden op jouw klassieke architectuur”, lacht Arne. “Tja, ik hou van de klassieke principes, maar ik wil me niet binden aan één bepaalde stijl. Dat zou me te veel beperken”, antwoordt Simon. De twee mannen zijn ondertussen aangekomen op het dakterras van Villa Cavrois, het sluitstuk van hun bezoek en misschien wel de meest bijzondere feature van de villa. Het is niet alleen een heerlijke plek om te verpozen onder de schaduw van de strak lineaire pergola en beplanting, het is ook een ideaal uitkijkpunt over de tuin, die als een geometrisch landschap de orde van het huis weerspiegelt. Een moment van reflectie dient zich aan wanneer Arne aan Simon vraagt hoe de in 1990 geboren architect in zijn jonge loopbaan al zo’n maturiteit in visie heeft kunnen vormen? “Ik ben misschien jong, maar ben wel al een tijdje bezig”, biecht hij op. “In het middelbaar was ik een slechte student. Ik was niet echt geïnteresseerd in een klassieke opleiding en had eerder nood aan creativiteit en minder structuur. Ik wou creëren. Op mijn vijftiende ben ik architectuur gaan studeren aan het Sint-Lucas in Gent en vanaf toen ging alles heel vlot. Ik zat bij gelijkgestemde mensen en verdiepte me volledig in het bezoeken van gebouwen, het maken van schetsen en het onderzoeken van plannen. Het ging zelfs zo ver dat ik later als hogeschoolstudent onder begeleiding van een architect al kleine verbouwingen uitvoerde. Ik blijf wel in dat leerproces, blijf mezelf in vraag stellen en weet dat ik nog niet ben waar ik wil zijn. Elke opdracht brengt me een klein beetje dichterbij.”

(Tekst: Leslie Vanhecke - Fotografie: Tim Van de Velde)

SAVVY x ABS BOUWTEAM: ABSoluut magazine.
Bekijk ook onze andere magazines.

Samenwerken? Neem contact op
Deze website maakt gebruik van cookies om uw gebruikservaring te verbeteren. Door verder te surfen, stemt u in met ons cookie-beleid. Meer info
.